Dagboeken

Voordeuren van Amsterdam

augustus 2020

25 jaar heb ik in Amsterdam gewoond. Midden jaren zeventig woonde ik op zogeheten dienstbodenkamers aan de Linnaeusstraat. Er was daar licht en er was een waterkraan. Dat was alles. Dat er geen douche was, was niet raar. Vóór de grootscheepse stadsvernieuwing van de jaren zeventig en tachtig ontbrak die in de vrijwel alle woningen in de negentiende-eeuwse wijken. Ook was er geen WC. Dat probleem loste ik op door in de gootsteen te plassen en zoveel mogelijk buiten de deur te poepen. Kon dat niet, dan deed ik mijn grote boodschap op het chemische toilet achter een gordijn. Die ‘Boldootemmer’ leegde ik eens per week in de WC van mijn hospita.
Deze wederwaardigheden plus een verhaal over de loper waarmee je op iedere trap in Amsterdam kon komen, staan in het boek Voordeuren van Amsterdam met schitterende foto’s van Thomas Schlijper.
Als ik dat boek doorblader, overvalt me onherroepelijk een gevoel van weemoed. Mooie stad toch, Amsterdam! En wat waren dat enerverende jaren, mijn Amsterdamse jaren!

terug naar overzicht