Dagboeken

65 geworden

15 februari 2019

Op 29 januari 2019 vierde ik in Málaga mijn 65e verjaardag. Een nogal spectaculaire leeftijd, vind ik. Ofschoon ik nog twintig maanden op mijn AOW moeten wachten, krijg ik bijvoorbeeld al wel ouderdomspensioen. Vanaf de dag dat ik dat pensioen heb aangevraagd, begin december 2018, hield die 65 jaar me een tijdje nogal bezig.
Ook op mijn tekenles had ik het erover. ‘Ach, wat is leeftijd,’ zeiden de andere vrouwen. Zij waren eind vijftig, maar ze voelden zich niet anders dan toen ze 35 waren. Ik moest aan hen denken toen de volgende dag een column niet erg wilde vlotten. Was ik 35 geweest, dan had ik op zo’n moment beslist gedacht: ik kan het niet, ik heb het niet gekund en ik zal het ook nóóit kunnen. Maar als bijna 65-jarige haalde ik mijn schouders op en dacht ik: tot nu toe is het altijd gelukt, dus waarom zou het dit keer niet gaan?
Later die dag ging ik wandelen en schoot me een voorval te binnen van toen ik 36 was. Ik moest een kaakoperatie ondergaan en op de daaraan voorafgaande zaterdag besloot ik mijn zinnen te verzetten. Ik fietste ik vanuit mijn toenmalige woonplaats Amsterdam via de dijk Lelystad-Enkhuizen een rondje IJsselmeer. Ook al kostte deze sportieve prestatie mij geen noemenswaardige inspanning, toch zat ik niet lekker in mijn vel. Ik was single, mijn biologische klok tikte en ik was niet erg tevreden met mijn werk. Omdat ik er van overtuigd was (en ben) dat ik voor een belangrijk deel zelf verantwoordelijk voor mijn lot ben, dacht ik na over eventuele stappen die ik in liefde en werk zou moeten zetten. Ik liep weliswaar uit vrije wil als een van de eersten van een nieuwe generatie over ongebaande paden en dat vond ik mooi en opwindend. Maar tegelijk vond ik het leven daardoor vaak ook knap ingewikkeld. Het leek soms wel een doolhof. Toen ik over de dijken langs het IJsselmeer fietste was ik jaloers op mijn gepensioneerde vader van 69. Met mijn moeder, zijn vier dochteren en een mooie loopbaan was hij heel aardig terechtgekomen; in elk geval hoefde hij geen grote beslissingen meer te nemen. Maar ik liep op mijn 36e het risico dat mijn beslissingen verkeerd zouden uitpakken en dat ik ongelukkig, wrokkig of berooid zou eindigen.
Nu ik 65 ben weet ik dat het niet slecht met mij is afgelopen. Sterker nog, met P. en met mijn boeken ben ik voor mijn gevoel ook heel aardig terechtgekomen. In dat opzicht ben ik even benijdenswaardig als mijn vader op zijn 69e. Daarover nadenkend, dit keer wandelend langs de IJssel, realiseerde ik me dat je je heel anders voelt wanneer je op een respectabele leeftijd tevreden op je levenswandel kunt terugblikken dan wanneer je je op jeugdige leeftijd een weg door een doolhof moet zien banen.
65 voelt trouwens sowieso anders: ik fiets nu echt niet meer zomaar op een zaterdag 150 kilometer. Misschien dat ik dat qua conditie nog wel zou kunnen, maar mijn billen protesteren tegenwoordig veel eerder. Nu vind ik een tocht van 60 kilometer al stoer.
Aan dit alles denk ik wanneer ik lees over die malle Ratelband die beweert dat hij 49 in plaats van 69 is of dat ‘60 het nieuwe 47’ zou zijn. Tot voor kort beweerde ik ook dat ik me nog lang geen 65 voelde, maar bij nadere beschouwing voel ik me  wel 65 degelijk. Al was het maar vanwege dat ‘nadere beschouwing’; zo bedachtzaam als nu ben ik nooit van mijn leven geweest.
Of kijk naar mijn schoenen. Daar zitten sinds een paar jaar steunzolen in en net als bij mijn leeftijdsgenoten passen mijn voeten alleen nog maar in ‘verstandige schoenen’, want mijn bepaalde middenvoetsbeentjes zakken op een bepaalde leeftijd door.
En ook al eet ik tegenwoordig minder dan vroeger, toch heb ik voor het eerst van mijn leven een buikje – reaaltaal voor het eufemistische ‘bij vrouwen boven de 60 verdwijnt de taille’.
En kijk naar mijn wimpers. Niemand heeft mij verteld dat die met het klimmen der jaren almaar korter en dunner worden. Maar het is wel zo.
En als ik naar foto’s van tien, vijftien jaar geleden kijk valt het me op dat ik toen nog een mooie volle pony had. Nu niet meer want ook mijn haar wordt gedurig dunner.
En ofschoon ik nog steeds een relatief goed geheugen heb, wist ik laatst toch echt niet meer hoe die stad in het noorden van Amerika met een zieltogende auto-industrie heette. Help me, Houston? Nee, zei P., Detroit. En toen ik iets wilde vertellen over de ‘nachtburgemeester van Rotterdam’ kon ik maar niet op de naam van Jules Deelder komen.
Ook zoekt mijn hand automatisch tegenwoordig houvast bij een leuning wanneer ik een trap afdaal.
Dat had ik allemaal vroeger niet en nu ik 65 ben wel.

terug naar overzicht