De Stentor

Ha lantaarnpaal!

4 november 2006

‘Wat zeggen ze bij jullie in Enschede tegen een lantarenpaal?’ Mijn nichtje had me tuk. Braaf antwoordde ik: ‘Lantarenpaal.’ ‘Wij in Krommenie zeggen niets, wij lopen er gewoon langs.’ Later, in de Randstad, moest ik vaak aan dit grapje denken wanneer mensen zonder te groeten straal langs me heenliepen. Dan voelde ik me net een lantarenpaal. In Enschede was ik niet anders gewend dan dat mensen elkaar groeten.

Nou ja, meestal. Vreemden groeten in een menigte of drukke straat is gekkenwerk. Tenzij je koningin bent - maar dat is een heel ander verhaal. Als gewoon mens groet je een ander als je hem tegenkomt in een stille straat of op een rustige weg. Je wilt laten weten ‘ik heb je gezien’. Niet meer, niet minder.

Maar zo ging dat niet in Amsterdam. Al jaren woonde ik op hetzelfde adres en als ik dan buren van een paar huizen verderop groette, keken ze me aan alsof ik ik-weet-niet-wat van ze wilde. Maar meer dan een vriendelijk knikje, een vrolijk hallo of goedemorgen vroeg ik niet.

Wat dat betreft is in de Achterhoek wonen een verademing. De mensen op straat zijn hier mensen, geen lantarenpaal. Onwennig vind ik het wel hoe lang sommige mensen me in een niet-groetende menigte aankijken. Wat zou er met me zijn, vroeg ik me de eerste weken af wanneer mannen én vrouwen van alle leeftijden voor mijn gevoel veel te lang naar me keken. P. had hetzelfde, vertelde hij.

Toen moest ik denken aan een anekdote van een Amerikaanse hoogleraar antropologie. Hij liep over de campus, terwijl een student hem nogal lang aankeek. Hij was verbaasd, want hij herkende de jongen niet. Maar omdat hij hem niet wilde beledigen, vroeg hij: ‘Waar kennen wij elkaar van?’ Toen bleek dat ze elkaar helemaal niet kenden. De student kwam uit een klein dorp, waar mensen elkaars blik niet ontwijken en gewend zijn iedereen in de ogen te kijken.

Kennelijk gaat dat hier net zo. Ik vind dat leuk, maar ik moet nog wennen. Tot nog toe ben ik vaak de eerste die de blik afwendt.

terug naar overzicht