allerhande

Vragen

[CultuurKrant Zutphen 03, november 2018]

Sinds de dood van mijn ouders heb ik een aantal vragen waarop alleen zij het antwoord weten. Zoals: waarom hadden jullie midden jaren vijftig al een girorekening? En: waarom heb ik nooit iets gemerkt van de Koude Oorlog? Waren jullie niet bang voor De Bom of zorgden jullie ervoor dat de kinderen niets van jullie angst merkten? Ook zou ik willen weten of het inderdaad december 1966 was dat ik voor het eerst in Zutphen ben geweest.

Niet dat ik me ook maar iets van Zutphen zelf herinner. Maar het kan bijna niet anders dan dat we hier over de Oude IJsselbrug zijn gereden toen mijn Enschedese opa overleed en hij in Dieren werd gecremeerd. Cremeren was indertijd iets buitenissigs; behalve in Dieren kon dat alleen in Westerveld bij Velsen.

Omdat de meeste familieleden geen auto hadden, vertrok er vanaf de aula in Enschede een rouwstoet. Nooit had ik last van wagenziekte, maar in die grote Amerikaanse slee werd ik vreselijk misselijk. Misschien kwam dat niet door de auto, maar door mijn opa. Die was dood. Nog geen week eerder was alles nog gewoon geweest, toen hij op z’n Twents ‘doooooow’ als afscheidsgroet naar mij op mijn slaapkamer riep. Wat mij betreft zijn laatste woorden.

Als kind ging je indertijd nooit mee naar begrafenissen, maar met twaalf was ik er oud genoeg voor. Daar stond ik, met verschroeide keel, kletsnatte wangen, mijn hand in die van mijn moeder. Die twee handen knepen elkaar zowat fijn, toen de kist in een gat in de vloer verdween (cremeren moest kennelijk op begraven lijken).

Waarom wilde een ongeschoolde textielarbeider gecremeerd worden? Was zo’n rouwstoet duur? Wie betaalde dat? Op die vragen zal ik nooit het antwoord krijgen.

Maar misschien krijg ik door deze column wel antwoord op een andere vraag over de dood. Op de Algemene Begraafplaats in Zutphen is een graf dat mij ontroert en intrigeert. Op de steen staat: ‘Ter gedachtenis aan ons geliefd zoontje en dochtertje Hansje en Bertie Menger.’ Daaronder staan vier data: ‘24-10-47 26-10-47’ en ‘31-7-40 28-10-47’. Een baby stierf dus twee dagen na zijn geboorte en nog twee dagen later stierf zijn 7-jarig zusje. Welk noodlot trof dat gezin? Zou, nu de gezondheidszorg zoveel beter is, iets dergelijks nog steeds kunnen gebeuren? Of was het difterie? Ik zou heel graag willen weten waarom Hansje en Bertie Menger zo jong het leven lieten. Hopelijk stel ik deze vraag niet te laat en leeft er nog iemand iemand die het antwoord weet. Ik hoop dat hij of zij contact met me op en mij het verhaal van Hansje en Bertie wil vertellen.

terug naar overzicht