allerhande

Inspiratie en transpiratie

[Nieuwsbrief Boekhandel Van Someren en Ten Bosch, oktober 2016]

Was het 90 om 10? 99 om 1? 80 om 20? De exacte getallen ben ik kwijt. Maar ik moet vaak aan mijn vader denken wanneer ik zit te schrijven. Die hield me altijd voor dat iets moois maken een kwestie is van een (mij ontschoten) laag percentage ‘inspiratie’ en een (tot honderd optellend) hoog percentage ‘transpiratie’. Ik moet hem postuum gelijk geven: een idee ontwikkelen gebeurt in een fractie van de tijd die ik nodig heb om dat idee om te zetten in een boekentekst die naar mijn zin is. Maar zo moeizaam als mijn vader het voorstelde is het ook weer niet. Tenminste, ik heb bijna nooit het idee dat ik in een zweetkamertje zit wanneer ik schrijf.

Schrijven is voor mij een ambachtelijke en tijdrovende bezigheid. Misschien roept ‘ambachtelijk’ associaties op met eeuwenoude, van generatie op generatie overgeleverde technieken. Zo bedoel ik het niet. Ik ben geen mandenvlechter die werkt met dezelfde materialen en gereedschappen als zijn verre voorouders. Ik schrijf met ganzenveer noch typemachine. Ik heb een tekstverwerker.

Ik was totaal verrast - gekker moet het niet worden – door het berichtje dat in 1985 op de voorpagina van de Volkskrant stond: Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez had zijn nieuwste roman, Liefde in tijden van cholera, op een tekstverwerker geschreven! Toen vond ik Márquez een duivelskunstenaar, dertig jaar later vind ik niets duivels of kunstigs meer aan een tekstverwerker. Iedereen werkt ermee. Ik ook.

En daar ben ik maar wat blij om. Nadat ik de research heb gedaan (schriftelijke bronnen raadplegen, levende mensen interviewen) ga ik schrijven. Die eerste teksten lijken in het meest gunstige geval meer op een procesverbaal dan op een verhaal. Dat zie ik pas in tweede instantie. Wanneer ik iets schrijf, verkeer ik in de oprechte veronderstelling dat het publicabel is. Dat valt bij herlezing meestal vies tegen. Was ik dronken? Hoe krijg je anders zulk onsamenhangend gebrabbel uit je pen (herstel: op het scherm)?

Dan begint het grote schaven, schuren, plamuren en schrappen. Dit proces van herschikken, andere woorden zoeken, woordvolgorde veranderen, lange uiteenzettingen samenvatten, opbouw omgooien noem ik de ambachtelijke kant van schrijven. Ik vind dat leuk werk, ik geniet ervan vage ideeën langzaam maar zeker te veranderen in voor anderen begrijpelijke, en hopelijk aantrekkelijke teksten.

In pyjama zit ik ’s morgens achter mijn computer. Gesterkt door de cappuccino’s die P. mij brengt, schrijf ik tot 12 uur door. Behalve op zondag, doe ik dat vrijwel iedere ochtend. Wanneer ik dat vertel, zwaaien mensen me soms lof toe vanwege ‘zoveel discipline’. Zo voelt het niet. Voor mij is het een gewoonte. Een fijne gewoonte bovendien, want ik vind het heerlijk het grootste deel van mijn tijd met taal te kunnen spelen.

terug naar overzicht