Dagboeken

Kerstboom

24 december 2018

Zie hier mijn nieuwe kerstboom. Smaakvol, al zeg ik het zelf, en erg milieu- en natuurvriendelijk vanwege de eindeloze mogelijkheden tot hergebruik. Wat mij doet denken aan de kerstboom die wij vroeger aan de Bruggenmorsweg in Enschede hadden, een boom die jarenlang overleefde in onze tuin en die met kerst naar binnen werd gehaald. Die boom zou ik wel eens met mijn ogen van nu willen bekijken. Toen al zag ik dat de kerstboom bij mijn vriendinnetje Ingrid groter was, maar die van ons vond ik mooier. Want er zaten echte kaarsjes in. Maar hoe mooi was die boom werkelijk?
Hem nu ‘echt’ zien zou ongetwijfeld een ontgoocheling betekenen. Want het was een klein boompje dat daar in de met rood crêpepapier omwikkelde emaillen emmer stond. Ook de versiering was uiterst summier. Aan de verzameling spulletjes waarmee we de boom optuigden (het veelkleurige vogeltje met wipstaart, de kerstman met gestold kaarsvet op zijn neus, de bal met roze en lichtgroene spikkels) werd per jaar hooguit één nieuw klokje of één nieuwe bal toegevoegd. Een rode uitklapklok, een grote ster en een houten kandelaar maakten de kerstuitrusting van de familie Van Bergen compleet. Met dien verstande dat de tafel werd gedekt met een wit papieren kleed, waarop rode klokken en hulstblaadjes waren gedrukt. En er brandden kaarsjes in standaards, die door ons zelf waren gemaakt van doormidden gesneden aardappels die we ook weer met crêpepapier hadden omwikkeld.
Ongetwijfeld zou ook het kerstdiner me nu vies tegenvallen. Indertijd smulde ik bijvoorbeeld van sperziebonen uit blik, die vond ik lekkerder dan verse. En als ik me niet vergis, kregen we met kerst ook asperges uit blik (verse kwamen bij mijn ouders pas in de jaren zeventig op tafel, toen ik al in Amsterdam woonde en daar op de Albert Cuyp kennis maakte met het verse ‘witte goud’). De kip (uit het kerstpakket van mijn vader) was waarschijnlijk wel lekker, want nog echte scharrel. Toe kregen we ijstaart. Die werd op omslachtige wijze met Kerstmis zelf bij de groenteboer gehaald, omdat die als een van de weinigen een vriezer had. De slagroom op de taart had mijn moeder met de buurvrouw gekocht. Het was goedkoper om samen één fles van een halve (of kwart?) liter te kopen en die dan met z’n tweeën te delen dan elk een kwart (of achtste?) liter te kopen. Omdat we nog geen mixer hadden, klopten mijn moeder, mijn zusje en ik met de garde de slagroom stijf, in een soort estafette totdat onze arm lam was.
Ik heb geen heimwee naar vroeger. Maar ik zou graag met mijn huidige ogen dingen van vroeger willen bekijken en kunnen beoordelen. Zo stond dat huis aan de Bruggenmorsweg aan wat toen ‘een druk kruispunt’ werd genoemd. Ik zou nu wel eens willen zien hoeveel auto’s er per uur langskwamen; waren het er naar onze huidige maatstaven ook veel? Het was volgens mijn ouders ‘een groot huis’ met een kamer en suite. Maar was het echt groot? Toevallig kwam ik afgelopen zaterdag langs het oude huis van mijn oma in Krommenie. Ik moest zeker twee keer kijken voordat ik me er van had vergewist dat zij hier inderdaad had gewoond. Het huis was klein, het was zó gekrompen dat het wel leek alsof het veel te heet was gewassen.
Jeugdige onbevangenheid kleurt herinneringen zoet. Daarom is het misschien goed dat we niet echt kunnen terugkeren in de tijd. Want net als bij die oude kerstboom van de Bruggenmorsweg zou het één grote ontgoocheling zijn, want zo mooi was het vroeger niet.

terug naar overzicht